De Europese Commissie heeft in haar recente strategie voor de interne markt tien structurele belemmeringen aangewezen die het functioneren van de Europese economie afremmen. Deze zogenoemde ‘verschrikkelijke tien’ bestaan vooral uit administratieve lasten, versnipperde regelgeving en lastige procedures die bedrijven ervan weerhouden om grensoverschrijdend actief te worden. Ook de publieke aanbestedingen komen daarbij in beeld.

Publieke aanbestedingen vertegenwoordigen naar schatting ongeveer 15% van het Europese bbp en vormen daarmee een belangrijke motor van de interne markt. Toch blijkt uit analyses van de Commissie dat bedrijven nog vaak tegen allerlei drempels aanlopen wanneer zij in andere lidstaten willen inschrijven op overheidsopdrachten. Verschillen in onder meer regelgeving en administratieve eisen kunnen deelname voor buitenlandse partijen aanzienlijk bemoeilijken.

Voor decentrale overheden is dat een relevant signaal. Gemeenten, provincies en andere aanbestedende diensten spelen immers een centrale rol in de toepassing van Europese aanbestedingsregels. Organisaties zoals Europa Decentraal wijzen erop dat juist in de uitvoeringspraktijk (bijvoorbeeld bij vergunningverlening, toezicht en aanbestedingsprocedures) verschillen in interpretatie en nationale regels kunnen leiden tot onbedoelde marktbelemmeringen.

De Europese Commissie wil de komende jaren prioriteit geven aan het aanpakken van deze tien obstakels. Daarbij wordt onder meer ingezet op het verminderen van administratieve lasten, betere handhaving van internemarktregels en verdere harmonisatie van regelgeving.

De discussie rond de “verschrikkelijke tien” legt een interessante spanning bloot binnen het aanbestedingsrecht. Europese aanbestedingsregels zijn juist ontworpen om markten te openen en bedrijven gelijke toegang te geven tot overheidsopdrachten in de hele EU. Tegelijkertijd ervaren ondernemingen aanbestedingsprocedures regelmatig als complex en bureaucratisch. Wanneer regels, documentatie-eisen en nationale interpretaties te sterk uiteenlopen, kan een instrument dat bedoeld is om de interne markt te versterken onbedoeld nieuwe drempels creëren. De uitdaging ligt daarom niet alleen in nieuwe regelgeving, maar vooral in eenvoudiger en toegankelijker aanbestedingsprocedures binnen de Europese interne markt.

De rechtbank Oost-Brabant heeft een streep gezet door de gunning van twee schoonmaakaanbestedingen van Amstelwijs en Onderwijsgroep Amstelland. De onderwijsstichtingen hebben onvoldoende onderbouwd waarom zij de opdrachten niet gunden aan Balans Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten B.V., zo oordeelt de rechter.

Beide stichtingen hadden gelijktijdig, maar formeel los van elkaar, een Europese aanbesteding voor schoonmaakwerkzaamheden uitgeschreven. In beide procedures werden de opdrachten voorlopig gegund aan Schoonmaakbedrijf Netjes en Anjer Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten B.V. Balans viel in alle percelen buiten de gunning en kreeg daarbij slechts beperkt inzicht in de beoordeling.

Volgens de rechtbank schoten de gunningsbeslissingen echter tekort. Zo werd niet duidelijk gemaakt wat de concrete kenmerken en relatieve voordelen waren van de winnende inschrijvingen. Ook bleef onduidelijk hoe prijs en kwaliteit precies tot de eindscore hadden geleid en week de puntentelling af van het vooraf bekendgemaakte beoordelingskader, wat in strijd is met het transparantiebeginsel.

De onduidelijkheid nam verder toe doordat latere toelichtingen niet aansloten op eerdere beoordelingen en vragen opriepen over de scheiding tussen de twee aanbestedingsprocedures. Daarmee was onvoldoende controleerbaar of beide aanbestedingen daadwerkelijk zelfstandig en consistent zijn beoordeeld.

Balans stapte daarop naar de rechter en kreeg gelijk. De rechtbank oordeelt dat de gebreken zo fundamenteel zijn dat een herbeoordeling niet volstaat. Amstelwijs en Amstelland moeten de gunningsbeslissingen intrekken en, als zij de opdrachten alsnog willen vergeven, een nieuwe aanbestedingsprocedure starten.

Deze uitspraak maakt duidelijk dat een gunningsbeslissing meer moet doen dan het opsommen van scores. Van een aanbestedende dienst mag worden verwacht dat zij concreet uitlegt waarom de winnende inschrijving beter is dan die van de overige inschrijvers. Die vergelijking is essentieel: alleen zo kunnen verliezende partijen begrijpen waarop zij zijn afgerekend en daarvan leren. Ontbreekt die uitleg, dan schiet de motivering tekort en ondermijnt dat het vertrouwen in de procedure. Een inhoudelijke toelichting op de meerwaarde van de winnaar is dus geen bonus, maar een harde verplichting voor de aanbestedende dienst.