ProRail gaat bij aanbestedingen gebruikmaken van de door Rijkswaterstaat ontwikkelde DuboCalc systematiek. Hiermee wordt aan de hand van verschillende negatieve milieueffecten de Milieu Kosten Indicator (MKI) van projecten berekend. Dit cijfer laat zien welke aanbieding de minste schade toebrengt aan het milieu en het meest duurzaam is.
De MKI is opgebouwd uit elf verschillende milieu-effecten, waaronder de CO2-uitstoot en variabelen zoals materiaalgebruik, bouwprocessen en transport. Als deze factoren een zo klein mogelijk negatief effect hebben, is de MKI-waarde laag.
ProRail zet de MKI in als gunningscriterium: “Bedrijven die hier rekening mee houden in hun aanbesteding en een lage MKI waarde kunnen aantonen, krijgen gunningsvoordeel. Daartegenover staat dat als een aannemer de doelstelling niet waarmaakt, er een boete wordt opgelegd.”
ProRail heeft een meerjarenplan Duurzaamheid opgesteld in 2016. Hierin zijn doelen opgesteld voor 2030 met betrekking tot duurzaamheid en milieuvriendelijkheid. Het gebruik van MKI’s helpt de spoorbeheerder zijn doelen meetbaar te maken en te realiseren.

Rijkswaterstaat maakt al gebruik van DuboCalc en MKI voor het kwantificeren van milieu-effecten bij de beoordeling van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI).

Bron: SpoorPro

De levering van publiek vervoer in Groningen en Drenthe is definitief gegund aan Connexxion en een aantal taxibedrijven. De bedrijven zijn de komende jaren verantwoordelijk voor de uitvoering van kleinschalig vervoer, zoals Wmo- en leerlingenvervoer, buurtbussen en vervoer op afroep. De gunning was een complex proces waarbij een van de verliezende partijen, ZCN Totaalvervoer, dreigde een kort geding aan te spannen. In plaats daarvan liet het bedrijf de Commissie van Aanbestedingsexperts naar de klachten kijken. De commissie, ingesteld door het ministerie van Economische Zaken met als doel het plaatsen van overheidsopdrachten te verbeteren, oordeelde dat drie van de elf klachten gegrond waren. Het oordeel van de commissie is echter niet bindend. Publiek Vervoer ziet op grond van het advies geen aanleiding om tot heraanbesteding over te gaan.

Lees meer op OV Magazine

Overheden mogen opdrachten veelal niet een-op-een gunnen. Opdrachten boven bepaalde drempelwaarden moeten zelfs Europees worden aanbesteed. Opdrachten onder de drempelwaarde moeten worden aanbesteed volgens nationale procedures die in de Aanbestedingswet gedetailleerd zijn beschreven. De eigen inkooprichtlijnen van het overheidslichaam bepalen welke procedure gevolgd moet worden.
Maar hoe zit het met opdrachten die private opdrachtgevers te vergeven hebben?
Vaak zien zij wel de voordelen die ze kunnen behalen als ze meerdere partijen offertes laten uitbrengen; maar meestal hebben deze opdrachtgevers weinig zin om de vele strikte voorschriften van de Aanbestedingswet te moeten volgen. Mag een private opdrachtgever die zelf een aanbesteding heeft georganiseerd dan besluiten de opdracht niet aan de winnaar te gunnen? Op deze vraag luidt het typische juristenantwoord: “dat hangt ervan af”.

Lees er meer over op de site van Pharos Advocaten

De combinatie van afvalverwerker Cure en het Deense Dong energy heeft zich niet aan de aanbestedingsregels gehouden bij hun plan voor de bouw van een afvalverwerkingsinstallatie, oordeelt de rechter. “De partijen hadden moeten laten zien dat zij tenminste 3 jaar bij de gezamenlijke onderneming betrokken zouden blijven, wat zij niet gedaan hebben”, stelt hij vast. Daarom is de gunning ongedaan gemaakt. De aanbesteding moet nu opnieuw.

Lees verder in het ED